Het Waddengebied is een min of meer breed en ondiep getijdengebied
langs de kust, dat tijdens eb droogvalt en tijdens vloed onder water staat.
Dit gebied kun je vinden vanaf Den Helder tot de Eems in Nederland en
langs de Duitse en Deense kust. Het hele gebied heeft een oppervlakte van
6600 vierkante kilometer en is 450 kilometer lang. Het Nederlandse
Waddengebied is 2500 vierkante kilometer groot, waarbij de Waddenzee het
smalst is bij Schiermonnikoog (6 km) en het breedst bij Vlieland (28 km).
In dit gebied hebben eb en vloed vrij spel en zorgen stromingen en golven
voor een prachtige structuur op de bodem van het wad. Het gebied is juist
door deze elementen zeer aantrekkelijk en elke keer als je dit gebied
betreedt, ziet het er anders uit.
Eb en vloed
We spreken van laagwater als het water niet verder daalt. Daarna komt de
vloed op zetten en als die op hoogste punt is gekomen, noemen we dat
hoogwater. Daarna zakt het water weer en dat heet eb. Deze tijdstippen van
hoog- en laagwater zijn niet overal hetzelfde. Dat betekent dat er op
andere tijden naar Ameland moet worden gelopen als naar Schiermonnikoog.
Het verschil tussen hoog- en laagwater varieert van 1,8 meter tot wel 2,5
meter. Dit wordt veroorzaakt door de aantrekkingskracht van de maan en zon
en de middelpuntvliegende kracht van de aarde. Bij nieuwe maan en bij
volle maan is het springtij. Dat wil zeggen: het hoogwater komt hoog en
het laagwater wordt laag. Bij eerste en laatste kwartier is er minder
verschil tussen eb en vloed.
Ook de wind heeft de nodige invloed op de waterstand. Krachtige westelijke
winden zwiepen het water op, met als gevolg dat er meer water komt te
staan bij zowel hoog- als laagwater. Oostelijke winden zorgen voor het
tegenovergestelde. Het moet dus duidelijk zijn dat er bij windkracht 7 uit
het westen geen wadlooptocht kan worden gehouden.
Wantij
We spreken van wantij als er een hoger gelegen gedeelte vanaf de kust
loopt naar een eiland of zandplaat. Tijdens wadlooptochten maken we daar
gebruik van. Het wantij wordt vaak doorsneden door geulen of prielen, die
we dan makkelijker kunnen doorwaden. Het wantij ontstaat doordat de
vloedstroom vanaf de Noordzee en het westen bij de eilanden aankomen, om
het eiland heen gaat en dan langzaam het hele eiland omspoelen. Daar waar
beide stromingen elkaar tegen komen, ontstaat het wantij.
Flora en fauna
In het oostelijk Waddengebied gaat de wadlooptocht eerst door de kwelder.
Dit is een gebied waar het zeewater regelmatig komt en zich weer terug
trekt. In dit gebied grazen veel schapen. Ook kun je hier diverse
zoutminnende planten ontdekken, zoals zee-alsem, lamsoor, zee-aster,
zeeweegbree en Engels gras. Daarna gaat de tocht verder door de
landaanwinning, een gebied waar de vloed bijna altijd vrij spel heeft en
waar in vroeger tijden nieuw land werd gewonnen, doordat zand en
slibdeeltjes in dit gebied bezonken.
Het Waddengebied is een van de meest voedselrijke gebieden van Europa. In
en op de bodem van het Wad tref je veel dieren aan zoals zeepieren,
wadslakjes, kokkels, mossels, strand- en slijkgapers, slijkgarnalen,
krabben en kreeftjes. Het zijn onder andere vogels die hiervan kunnen
profiteren door - als het laagwater is - hun buikjes vol te eten. Dat
gebeurt ook door honderdduizenden vogels, die hier tijdens de trek langs
komen. In de wintermaanden komen duizenden ganzen uit het noorden naar het
Waddengebied om er te overwinteren. Vissen maken gebruik van de Waddenzee
als kraamkamer.
|